‘Sinterklaas bij de schoonfamilie’ – column

Het gaat er bij mijn schoonfamilie nogal wat minder gemoedelijk aan toe dan ik van huis uit gewend ben. En dan heb ik het met name over het gespreksvolume. Nu iedereen wat ouder is geworden, is de kans op doofheid na een avondje schoonfamilie aanzienlijk afgenomen, maar als we Sinterklaas vieren, laat iedereen toch weer ouderwets van zich horen. Ook mijn vrouw. Ik had haar nog zo goed afgericht, maar blijkbaar zijn deze patronen zo diep ingesleten dat ze er eens per jaar geen weerstand aan kan bieden.

Dat begint al in de jaarlijks terugkerende discussie: doen we dit keer alleen een surprise, alleen een gedicht, of gaan we weer ouderwets all the way? Om steevast op dat laatste uit te komen. Helaas, want mijn tweejarige dochter knutselt al beter dan ik ooit zal doen. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik mijn cadeautjes in een doos flikker, daar wat oude kranten bij stop en wat lijnen op de doos teken, wat dan bijvoorbeeld een huis moet voorstellen (‘Recent kreeg jij een nieuw huis / Daar voel jij je vast al helemaal thuis’). Of een auto, of een ander voorwerp naar keuze.

Dit jaar waren er problemen met de printer. Chaos alom, want nu iedereen langzamerhand volwassen wordt en dus minder tijd heeft, moet het meeste schrijf- en knutselwerk op de dag zelf gebeuren. Er wordt gescholden op de printer, op die zus die de kamer waar de printer staat al een uur bezet houdt vanwege haar surprise (dat was mijn vrouw) op de kinderen die net dat speelgoedje hebben ontdekt dat het meest lawaai maakt (dán is lawaai opeens wel een probleem?!), op het broertje die het een goed idee vond om te midden van de chaos de nieuwe speakers van zijn vader eens goed te testen, op de sloomste van het stel waardoor Sinterklaasavond nu al een half uur later van start gaat dan gepland.

Elk jaar neem ik me voor niet zo mijn best te doen op mijn gedicht (waar ik het van moet hebben), omdat de geniale woordvondsten toch meestal verloren gaan in het geschreeuw – meestal het geschreeuw om stilte, oh ironie. Als het voorlezen dan eindelijk is begonnen, kun je er donder op zeggen dat de rust na twee zinnen wordt onderbroken door een reactie die niet kan wachten, of, de laatste jaren, een kotsend kind dat is ontsnapt aan ouderlijk toezicht en zodoende de mond heeft volgepropt met allerhande snoepgoed. Och, mijn binnenrijm, mijn briljante A-B-B-A-schema, mijn… – allemaal paar’len voor de zwijnen.

Desondanks realiseerde ik me op de terugweg – met een piep in de oren – hoe we van elkaars familie zijn gaan houden, ondanks de grote verschillen. Ik ben de directheid van mijn schoonfamilie gaan waarderen, en mijn vrouw is van de grote harten van mijn familie gaan houden, ook als die harten soms wat indirect communiceren. 

Mijn schoonmoeder kwam met het idee om volgend jaar ‘stress-Sinterklaas’ te vieren. Dat houdt in: iedereen komt op de dag des onheils bij elkaar en maakt terplekke een gedicht en surprise. Als dat plan doorgaat, heb ik alvast een mooie surprise – in de letterlijke zin van het woord – in huis: dan ben ik er niet bij!